vrijdag 14 november 2014

Het Dameszadel



Het was op een paar minuten na vier uur in de middag toen ik café de Pieper binnenstapte en mij nestelde op mijn favoriete plek bij het glas en lood raam tussen de kassa en een soort van klaptafeltje in, bestelde een jonge borrel en wachtte op Herman.
- Zal ik er vast ook een inschenken voor Herman, vroeg Carolus die achter de bar stond.
- Doe maar, zei ik. - Hij zal zo wel komen.
Carolus voegde de daad bij het woord en zette de borrel op het tafeltje wat tegen het raam geplakt leek te zitten. Hij was onze afspraken op Zaterdagmiddag gewoon geworden. Herman die vertelde en ik die aantekeningen maakte. Vandaag was het extra spannend omdat hij zijn laatste verhaal zou vertellen. Het beste voor het laatst had hij gezegd.
Het werd vijf uur en Herman was nog steeds niet verschenen. Het café begon vol te stromen met gasten die voornamelijk uit de Leidsestraat kwamen omdat daar op dat tijdstip de winkels sloten.
Ik voldeed mijn rekening en besloot hem te gaan zoeken. Een adres had ik niet maar hij had me ooit eens verteld dat hij in de Helmerstraat woonde. Dat is best lastig want er zijn er drie. De eerste, tweede en derde Helmerstraat en bovendien zijn die straten verdomde lang. Gelukkig had hij een nogal herkenbare fiets en die zou hij natuurlijk vlak bij zijn huis neerzetten.
Na twee uur gezocht te hebben zag ik zijn fiets geplaatst in een van de vele fietsrekken die de stad rijk is staan. Er zaten drie sloten omheen zag ik en dat was geen overbodige luxe in deze stad waar niemand op zijn eigen fiets reed. Ik herkende de fiets direct omdat hij waarschijnlijk de enige oude herenfiets had waar een dameszadel op gemonteerd was. Het zadel was ovaal van vorm dus de welbekende punt ontbrak. Toen ik hem ernaar vroeg had hij alleen maar gezegd dat zijn balzak te groot was en dat het met tegenwind en dat heb je altijd in dit winderig landje, niet te doen was.
Ik zag een vrouw uit een woning komen en vroeg haar naar Herman. Eerst haalde ze haar schouders en zei dat ze hem niet kende, maar toen ik haar een beschrijving van hem gaf wees ze naar een deur recht tegenover het fietsenrek. Ik liep naar de deur en keek of ik een naamplaatje kon vinden. Niet dus. De bel deed ook niet. Ik begon te kloppen maar er werd niet opengedaan. Door het raam probeerde ik naar binnen te gluren en zag nadat mijn ogen aan het duister van de woning waar ik in keek gewend waren de vage contouren van een man die in zijn stoel zat. Ik tikte tegen het raam maar de man maakte geen aanstalten op te staan. Bewegingsloos bleef hij in de stoel zitten. Ik deed twee stappen achteruit en keek om me heen. Twee agenten kwamen net de hoek om en liepen in mijn richting. Ik sprak ze aan en na de zaak uitgelegd te hebben gluurde de oudste van de twee door het raam naar binnen. Doordat hij zijn neus tegen het raam drukte schoof zijn pet richting achterhoofd.
- Die is morsdood, zei hij.
- Dat is dan de derde deze week, zei de ander en pakte zijn portofoon. Hij schakelde de hulpdiensten in en niet veel later werd de voordeur kinderlijk eenvoudig opengemaakt door een plastic kaartje tussen deur en deurpost te schuiven. Het was een kleine beneden woning, gang, keuken voor en achterkamer. Herman zat dood in zijn stoel tussen zijn vingers van zijn linkerhand een sigarenpeuk en in zijn rechterhand een blauwe bic ballpoint en een papiertje. Het leek alsof hij in slaap was gevallen, zo rustig zat hij erbij. Een van de agenten trok het papiertje tussen zijn vingers vandaan en las wat erop stond.
- Het laatste verhaal, Jik Nieuwenborg Bloedstraat, zei hij en hield het papiertje onder mijn neus.
- Enig idee wat dit betekend?
- Ja, zei ik. - Dat is voor mij bedoeld.
- We kunnen het niet afstaan, zei de agent. - Het is bewijsmateriaal.
Ik pakte mijn aantekeningenboekje en schreef op wat ik zojuist had vernomen.
- Laat uw gegevens achter zodat we u kunnen bereiken.
Ik knikte, overhandigde hem een kaartje en verliet de woning. Terug in het café vertelde ik Carolus wat ik had aangetroffen. Hij goot een driedubbele borrel in een glas en schoof die naar me toe.
- En nu, vroeg hij.
- Het ziet er naar uit dat ik het verhaal niet rond krijg, zei ik. - Hij zou me nog een verhaal vertellen, het laatste.
Ik trok mijn aantekeningenboekje uit mijn zak en liet hem lezen wat ik had opgekrabbeld. Er verscheen een flauwe grijns op zijn gezicht.
- Herman had een keer teveel gedronken, zei hij. - Ik herinner mij het nog goed al hoewel het al jaren geleden is. Hij had een prijsje gewonnen in een loterij, niet veel, een paar honderd euro of zo. En je weet dat hij nooit meer dronk dan drie borrels. Die dag niet en op een gegeven moment ging hij midden in de kroeg staan, stak zijn handen omhoog en schreeuwde ``de mooiste vrouw van de wereld heet Jik``. Toen liep hij naar de deur en verdween.
- Raar verhaal, zei ik.
- Ja, temeer omdat hij nooit iets zei, misschien heb ik het daarom onthouden.
Hij wilde me nog een borrel inschenken maar ik hield mijn hand op mijn glas en schudde mijn hoofd.
- Nee, ik ga naar huis, zei ik.

Een paar dagen later stonden Carolus en ik bovenop `t Lalibellum te kijken hoe Herman neer werd gelaten in de enorme grafkelder. Een metalen rolluik bedekt met kunstgras sloot zich en Herman was weg. Ik viste een zakflesje uit mijn binnenzak en nam een flinke teug. Samen met de kistdragers liepen we terug naar een van de vele aula`s die Zorgvlied rijk was.
- We hebben het Lalibellum pas in gebruik genomen, zei een van de dragers. - Er kunnen er meer dan tweeduizend in!
- Welke idioot heeft dit bedacht?
- Een of andere architect, zei hij. - Kent u het verhaal van Menelik die zoon van Salomo en de ark des verbonds?
- Ja, zei ik
- Nou, daar is het op gebaseerd!
- Het lijkt er niet op, zei ik. - Volgens mij heeft die architect een documentaire over de piramides van Egypte zitten kijken met een schetsboekje op schoot, het ding een beetje afgeplat zodat je de lijken er makkelijk van boven in kan kieperen en dat de nabestaanden niet zover naar boven hoeven te klauteren. Gemak dient de mens.
- U ziet het verkeerd, zei de drager.
- Ongetwijfeld, zei ik. - Maar een luik bedekken met kunstgras? Stond dat ook in het ontwerp?
- Nee, dat hebben we zelf bedacht!
De dragers liepen terug de aula waar een volgend klusje op hen wachtte. Carolus en ik liepen naar de uitgang aan de Amstel.
- Raar dat we de enige waren die hem de laatste eer bewezen, zei hij.
Ik knikte.
- Wat ga je nou doen, vroeg hij.
- Op zoek naar het laatste verhaal, zei ik. Ik kan het boek niet afmaken zonder dat verhaal.
- En hoe wil je dat doen?
- Ik heb een naam, zei ik. - Bevolkingsregister, internet, weet ik veel.
Inmiddels stonden we op de parkeerplaats voor Zorgvlied waar twee ijverige parkeercontroleurs bezig waren om auto`s die niet voorzien waren van een geldig kaartje ze alsnog te voorzien van een geldig plaatsbewijs. Een duur plaatsbewijs dat wel.
- Ik heb er drie, hoorden we er een zeggen
- Vier, riep de andere hyena.
Ze sprongen op hun gereedstaande scootertjes en scheurden weg.
- Waar staat jou auto, vroeg Carolus.
Ik wees op de fiets die ik tegen de parkeermeter geplaatst had.
- Maar dat is de fiets van Herman…, zei Carolus.
Nadat hij de opgelopen boete onder zijn ruitenwisser vandaan geplukt had en in de geldgleuf van de parkeermeter gepropt had stapte hij in zijn auto. Ik haalde de fiets van slot af en keek hoe hij wegreed. Op de terugweg langs de Amstel kwam ik kromgebogen over het stuur door de tegenwind achter het gelijk van Herman. Als je een grote zak hebt is een dameszadel wel zo comfortabel.

maandag 10 november 2014

Het zetje

Een van de opmerkelijkste figuren die we regelmatig tegenkomen in ons stamcafeetje is zonder twijfel Herman. Meestal zit hij alleen aan een tafeltje een paar borrels te nuttigen terwijl hij rustig zijn krantje leest. Soms echter is hij in het gezelschap van een wat oudere man met lang sneeuwwit haar en een flinke baard. Eveneens wit. Ze spreken dan op gedempte toon zodat je net niet kan horen waar ze het over hebben. Soms echter barsten ze in een luid gelach uit om daarna weer bijna fluisterend verder te praten. Op een dag konden we onze nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en schoven nadat de oude man was verdwenen bij Herman aan tafel.
- Wie is die man, vroegen wij.
Herman keek ons verbaasd aan alsof we een stel domme eikels waren.
- Dat is God, zei hij.
Nu was het onze beurt om in lachen uit te barsten. Herman raakte lichtelijk geïrriteerd door onze reactie en wilde opstaan om de kroeg te verlaten. Wij gebaarden hem te blijven zitten en bestelden vlug nog een rondje. Hij aarzelde even maar besloot toch te blijven zitten.
- Wat bespreken jullie zoal, vroegen wij.
Herman haalde eerst zijn schouders op. Wij konden aan zijn lichaamstaal zien dat hij niet veel zin had om daarover uit te wijden. Hij zuchtte eens diep.
- Problemen waar we mee zitten, zei hij dan.
- Heeft God problemen dan, vroegen wij.
- Ja…nogal, antwoordde Herman.
- Zoals?
De barkeeper zette de bestelde drankjes voor ons op tafel en Herman begon te vertellen nadat hij eerst de kop van zijn jenevertje had afgeslurpt.
- Zo`n twintig jaar geleden ging hij ineens tegenover mij zitten, begon hij. Hier aan dit tafeltje. Ik zat rustig mijn krantje te lezen en hij steunde met zijn hoofd op zijn handen en zat te zuchten en te steunen. Je zag gewoon dat hij met een groot probleem worstelde en ik vroeg hem wat eraan scheelde.
- Ik denk erover de wereld te vernietigen, had hij gezegd. Eerst dacht ik met een gek te maken te hebben maar toen ik in zijn ogen keek wist ik dat God tegenover mij zat. Uitleggen kan ik dat niet maar zoiets voel je.
- Waarom, had ik hem gevraagd.
- Ik ben niet tevreden over wat ik gecreëerd heb, zei hij. Ik denk erover een grote meteoor te laten inslaan zodat alle leven in een keer verdwenen is. Een grotere als destijds met de Dino`s. Die vraten net als jullie nu doen ook de hele planeet leeg. En jullie heb ik nog wel hersens gegeven. Evenwicht, daar gaat het om. Triest dat jullie dat niet doorhebben.
- Begrijp ik het nou goed dat u mij om raad vraagt?
God ging eens verzitten en boog zich naar voren zodat zijn gezicht dichter bij het mijne kwam.
- Jij hebt het grootste stel hersens, maar je doet er niets mee. Je zit hier elke middag je krantje te lezen en bemoeid je nergens mee. Kom eens met een goed idee.
- Waarom zou je de wereld in een keer willen vernietigen, vroeg ik. Dan geniet je er toch niet van? Een grote klap en alles is weg. Foetsie. Als ik u was zou ik het langzaam doen.
- Hoe dan?
- Verstoor de voedselketen, creëer een nieuwe ijstijd, weet ik het.
God schudde zijn hoofd.
- De voedselketen verstoren jullie zelf al, zei hij. En jullie hebben al een paar ijstijdjes overleefd.
- Gemeen virusje dan, opperde ik.
- Tja, dat zou lekker vals zijn, zei God. Maar daar vinden jullie ook altijd wat op.
Nee, ik zie het al, aan jou heb ik ook niet veel. Ik vind zelf wel iets. Het idee van jou om het langzaam te doen staat me overigens wel aan.
God stond op en maakte aanstalten de kroeg te verlaten.
- Laat u me weten wat u besloten heeft, vroeg ik.
- Morgen, zei hij. Dezelfde tijd. Hier.
- En, vroegen wij aan Herman. - Was hij er?
Herman knikte.
- Hij was in zijn nopjes, zei Herman. Breed lachend kwam hij binnen, bestelde een hele fles jenever en klopte mij voortdurend op mijn schouders.
- Maar wat had hij besloten, vroegen wij.
- Hij heeft de wereld een zetje gegeven, zei Herman.
- Een zetje?
- Ja, een zetje. Daardoor veranderd alles en wordt het op den duur onleefbaar hier. Het wordt steenkoud of juist veel te heet afhankelijk welke richting dat zetje is geweest. Herman stond op en verliet de kroeg.

woensdag 5 november 2014

Vierkant en kwabbernoot

                                Vierkant en kwabbernoot

Iedereen kent wel zo`n stel. Zo`n echtpaar wat steevast dezelfde kleren draagt. Daar bedoel ik niet mee dat ze elke dag dezelfde kleding dragen dat zou immers smerig zijn, maar ze lopen vaak tegelijkertijd in dezelfde outfit welke ze ongetwijfeld hadden gescoord bij een of andere vage kampeer winkel teneinde er een sportieve draai aan te geven. Wandelschoenen, afritsbare broek en natuurlijk het windjack met oprolbare capuchon. Om het avontuurlijk imago kracht bij te zetten hadden ze een voertuig aangeschaft wat in de verte iets weg had van een terreinwagen maar wat later bleek hopeloos vast kwam te zitten bij de eerste de beste regenbui op een gedeelte van het pieterpad. De wandelvakanties in Oostenrijk die het stel boekte waren om te sidderen, vooral als ze foto’s hadden genomen. Zo hebben wij in onze familie ook zo`n stel die ik voor het gemak en opdat ze onherkenbaar blijven maar even vierkant en kwabbernoot noem. Vierkant omdat je slechts een vormeloze berg vlees ziet waaruit alle vrouwelijkheid is verdwenen en kwabbernoot omdat hij als twee druppels water lijkt op dat figuur uit de rijdende rechter die gewapend met een meetlintje onenigheid tussen buren oplost en gelet op het uiterlijk alleen maar patat met appelmoes lijkt te consumeren. Als je ze naast elkaar zag zitten vroeg je jezelf toch onwillekeurig af hoe de rolverdeling in het echtelijk bed zou zijn. Niet dat je dit wilde meemaken, verre van dat maar het had de schijn van seksloosheid. Je kan jezelf natuurlijk lelijk vergissen. Misschien spatten de vonken er wel van af zodra ze alleen in de slaapkamer waren, misschien hadden ze de kruipruimte van hun huis wel uitgegraven en omgetoverd tot een heuse SM kelder. Wie zal het zeggen. Misschien begonnen alle hulpstukken bij Christine le Duc wel te trillen van opwinding zodra ze de winkel binnen kwamen. Ik durf het niet te zeggen. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat ze elke Zaterdagavond de plaatselijke parenclub met hun aanwezigheid vereren en waar vierkant op zoek gaat naar een vent met een even zo grote lul als die dildo in haar nachtkastje en kwabbernoot zijn flietertje afjakkert terwijl hij toekijkt hoe zijn vrouw al dat natuurgeweld verwerkt. Je weet het niet, maar zonder reden zeg ik dit niet. Immers, altijd als er iets gevierd werd op een Zaterdag, werd het onder druk van hun verzet naar een andere dag. Dat geeft te denken is het niet? De familie zwichtte voor het argument dat Zaterdag de dag was waarop ze boodschappen deden. Mij maakte het niet veel uit of ze er waren of niet. Of beter gezegd, ik zag ze liever niet. Ik kon mij niet voorstellen dat ze de hele dag aan het boodschappen doen waren. Bovendien, als ze er wel waren ergerde ik me alleen maar aan het feit dat je nooit een op tafel gezet zoutje kon scoren omdat steeds de hand van vierkant boven het schaaltje zweefde. Ergerlijk waren ook de flauwe grappen die er door het stel gemaakt werden en die altijd terug te voeren waren over de verdeling van de erfenis. Er bleken zelfs stickertjes te zijn geplakt onder een aantal van de waardevolle spullen die bij mijn ouders stonden. Natuurlijk heb ik deze subiet verwijderd hetgeen mij in ieder geval door vierkant niet in dank werd afgenomen. Niet dat ik mij daar iets van aan trok. Onze relatie was vanaf de kleuterjaren al ietwat verstoord. Soms klikt het niet zo en gaandeweg ontwikkel je langzamerhand een gruwelijke hekel aan elkaar. Na jaren bereikte via via mij het bericht dat Kwabbernoot plotseling was overleden. Veel te jong, aan een hartstilstand. Dat kon volgens mij twee dingen betekenen. Of hij had geleefd als een beest en was bezweken in de SM kelder of hij was gestorven uit pure verveling. Een goede kennis van hun zette mij onbedoeld op het goede spoor. Zaterdagavond bleek hun vaste televisie avond. Dan haalden ze friet en een frikadel bij de snackbar, nestelden zich wat later op de bank met een zak chips en deelden een flesje bier. Na de late film trokken ze hun pyjama aan. Dezelfde. Ze gaven elkaar een pakkerd en wensten elkaar goede nacht het dekbed tot over hun oren optrekkend.
U, lezer begrijpt dat ik mij na het horen van deze ontboezeming diep schaam. Wat een mens allemaal niet kan denken als je niets van die ander weet. Gelukkig heb ik het nooit aan een ander verteld.

dinsdag 14 januari 2014

Opoeteren

Opoeteren. Dat zegt u hoogstwaarschijnlijk niets. Het is de plaats waar ik een jaartje in de leer ben geweest. De pastoor, wiens naam ik niet zal noemen vanwege privacy redenen was een enorme grapjas. Je wist nooit bij hem of hij serieus was of juist niet. Opoeteren ligt overigens bij Neeroeteren dat u het even weet. Het geheel valt onder het bisdom Hasselt zodat u een idee heeft in welke hoek u het moet zoeken. Ondanks het feit dat iedereen katholiek was zoals het hoort bleek Opoeteren een uitermate rustige parochie. Vaak waren we daarom ook te vinden in de dorpskroeg recht tegenover de kerk.
Op een middag zaten wij achter een pint urgente zaken door te nemen toen hij mij plotseling aanstootte. 
- Kijk, zei hij. Daar heb je dat mispunt van de post.
- Mispunt?
- Ja, die vent heeft losse handjes, zei hij. Hij slaat zijn vrouw. Zondags zit hij vooraan in de kerk de vroomheid zelve uit te hangen maar thuis mishandeld hij zijn vrouw. 
Ik keek naar dat iele ventje dat aan de toog was gaan zitten met de rug naar ons toe en probeerde me voor te stellen hoe hij dat zou klaar spelen. Zijn vrouw was een kop groter als hem en minstens twee keer zo breed. 
- Kom, zei mijn leermeester. - Werk aan de winkel. 
We verlieten de kroeg en sprongen op de fiets. Hij trapte als een waanzinnige en het kostte mij moeite hem bij te houden. Eindelijk waren we op de plaats van bestemming en zag ik waar wij zo hard naar toe waren gereden. De plaats van de misdaad. Het slachtoffer was bezig was op te hangen aan een zelf gemaakte droogmolen voor het huis. Twee kleine kinderen speelden aan haar voeten. Ik moest mij een uurtje met de kinderen bezig houden en hij verdween met haar in het huis. Na een poosje kwam hij met een voldane grijns naar buiten en we vingen de terugweg aan. 
- Snelle leerling, zei hij alleen maar. 
De zondag die daarop volgde zag ik wat hij bedoelde. De postbeambte kwam met een afgeplakt oog, opgezwollen lippen, een arm in een mitella, strompelend de kerk binnen. Hij zag eruit alsof hij door een bulldozer was overreden. In de preek die volgde strooide de pastoor nog wat zout in de wonde door te zeggen ``De mishandelden zullen op een dag terugslaan`` daarbij de postbeambte strak aankijkend. 
Tijdens de pint in de kroeg die steevast volgde op de mis vertrouwde hij me toe:
- Dat huwelijk stelt natuurlijk niets voor dus dat zal nu wel zo`n beetje over zijn. En ik heb over een poosje een nieuwe huishoudster nodig. En er gaat niets boven een struise madam die de rommel achter je kont opruimt. Twee vliegen in een klap. Hij stak zijn hand ophoog en bestelde nog twee pinten. http://www.delcampe.nl/page/list/cat,7540,id_member,00790228,language,D.html

zaterdag 17 december 2011

Het Celibaat

Het celibaat staat de laatste tijd weer flink ter discussie en zeker na het uitkomen van het rapport van de commissie Deetman over het misbruik binnen de katholieke kerk. Grote groepen mensen wijzen richting celibaat als hoofdschuldige hoewel er niet wetenschappelijk is aangetoond dat er een verband bestaat tussen celibaat en misbruik. Ik geloof dat ook niet.
Het celibaat, zo stelt de kerk, zou er voor zorg moeten dragen dat wij beter zijn toegerust voor het uitoefenen van ons beroep, of beter gezegd roeping. Daar nu heb ik mijn twijfels over. Sterker gezegd: ik geloof er niets van.
De liefde tussen twee mensen mag best uitmonden in het tonen van lichamelijke affectie dus waarom zou dat voor een priester niet gelden? Let wel ik zeg liefde en gebruik niet de woorden genegenheid en vriendschap of wat het meeste voorkomt: begeerte. Begeerte kan weer leiden tot misbruik en dan is de ramp niet te overzien. Het celibaat is een prachtig streven alleen niet altijd houdbaar en bovendien zou het een vrije keus moeten zijn en niet zoals nu dwingend voorgeschreven.

U zal nu misschien denken beste lezer, hoe zit dat nou bij jou?
Het toeval wil dat ik gezegend of gestraft, het is maar hoe je het bekijkt, met een nogal mannelijk uiterlijk. Mijn huishoudster grapt vaak als ze mij een drankje brengt ``Shaken not Stirred`` daarmee refererend aan de eerste uitgave van de overbekende James Bond. U begrijpt beste lezer dat ik over gebrek aan vrouwelijke belangstelling niet te klagen heb. De vraag is echter wat ik ermee doe. Het antwoord is kort en simpel. Niets. Natuurlijk toon ik wel genegenheid en soms vriendschap maar nooit begeerte. Hoe zit het dan met liefde of beter gezegd verliefdheid?

Uiteraard heb ik daar wel eens last van. Ik zou een leugenaar zijn indien ik dat zou ontkennen maar tot op heden heb ik mijn celibatair leven nog steeds vol kunnen houden. Soms echter brengt iemand mij wel eens aan het twijfelen.
Zoals die dame, die zomaar uit het niets de kerk binnen kwam wandelen om een dienst bij te wonen. Het gezicht van een engel omgeven door prachtig diep zwart haar en ik kan u verzekeren beste lezer dat ze bij het uitdelen van de lichaamsdelen vooraan in de rij heeft gestaan. Als tijdens de dienst haar ogen de mijne kruisen en dat gebeurd regelmatig, voel ik iets wat ik niet onder woorden kan brengen. Verliefdheid? Aantrekkingskracht? Kortgeleden haalde ik bij het uitdelen van de hostie, wat ik overigens nog steeds op de ouderwetse manier doe, een grapje met haar uit. Toen het bevallige mondje openging om de hostie te ontvangen, trok ik mijn hand even terug. ``U plaagt mij`` zei ze met een stem die rechtstreeks uit de hemel leek te komen. ``Dat had Jezus waarschijnlijk ook gedaan`` zei ik zachtjes en gaf haar tenslotte de hostie.
Ze draaide zich glimlachend om en verdween uit zicht. Mocht ik ooit voor de bijl gaan en mijn belofte ten aanzien van het celibaat breken wil ik daar best verantwoording over afleggen. Maar alleen tegenover God.

zaterdag 3 december 2011

Filteren

Niemand voed zijn kroost op in volledige vrijheid van denken. In verreweg de meeste gezinnen, en geloofsovertuiging speelt hierbij geen enkele rol, worden leefregels dwingend opgelegd en zijn zeker niet discutabel. Zo ontstaan Dogma`s welke in de regel voortslepen tot ver in de volwassenheid en zelfs tot aan de dood. De zogeheten opvoeders zijn in feite meer bezig met hersenspoelen dan met het begeleiden naar volwassenheid.
Het opstandige gedrag van de puber is niets meer dan rebellie tegen de opgelegde regels. Op de drempel van volwassenheid komen ze dan ook vaak in botsing met het verschil tussen gevoel en verstand. Op die zelfde drempel ontstaan ook dromen en wensen die als ze tot uitvoer gebracht zouden worden de wereld een stuk aangenamer zouden maken. Die dromen en wensen staan heel dichtbij een ideale wereld en liggen vaak in dezelfde lijn zoals deze zijn terug te vinden in de tien geboden. Hier heb je dus een bruikbaar filter om keuzes te kunnen maken.
De eerder genoemde dogma`s zitten overigens verscholen in de eerste drie geboden. De overige zeven, welke je tot een prachtig mens kunnen maken worden maar al te vaak vergeten.
Indien je het filter goed gebruikt kom je vrijwel nooit voor de lastige keus `gevoel` of `verstand` te staan. Ik zeg met nadruk vrijwel nooit omdat er een uitzondering is. De liefde. De liefde voor een mens of voor God is het mooiste goed op aarde maar kan tevens een alles vernietigende storm zijn en derhalve de veroorzaker van veel leed.
Misschien is er enige troost te putten uit de woorden van Jezus ` Vader, vergeef het hun, want ze weten niet beter` Vervolgens liet hij zich aan het kruis nagelen.

zondag 25 september 2011

De Deeltjesversneller

De wetenschap stond weer eens op zijn kop de afgelopen week vanwege het feit dat er deeltjes waren verstuurd die sneller bleken te gaan dat de snelheid van het licht. De speculaties waren natuurlijk niet van de lucht, omdat de theorie van Einstein hiermee onderuit gehaald werd en tijdreizen ineens ook tot de mogelijkheden ging behoren. Is dat nu zo?
Nee, en wel hierom: Het begrip tijd waarmee zo driftig gerekend wordt bestaat in feite niet. Tijd is namelijk een menselijke uitvinding. In het begin der mensheid hadden we een pientere knaap, laten we hem voor het gemak Adam noemen, die een stok in de grond stak en aan de schaduw kon aflezen of het ochtend dan wel middag was. Dat was weer handig voor Eva die dan op haar beurt weer wist wanneer ze het eten moest verzorgen. Een van de nakomelingen van Adam cirkelde al nadenkend om de stok heen en een weinig later zag de zonnewijzer het licht en produceerde de tijd. Nu lopen we allemaal met een Seikootje om de pols en evenals de uitgevonden kalender is het begrip helemaal geïntegreerd in onze maatschappij en kunnen we niet meer zonder.
De vraag die je moet stellen is: Ben je wel eens iemand of iets tegengekomen buiten deze dampkring die een horloge droeg? Met andere woorden: Is het begrip tijd belangrijk in het universum?
Kennelijk niet. Het universum heeft geen begin en eind ergo....wat moet je daar met tijd?
Hoe zit het dan met de theorie van Einstein?
Er wordt hier gerekend met variabelen. De lichtsnelheid bedraagt populair gezegd 300.000 km per seconde. Er wordt aangenomen dat indien je sneller gaat je terug gaat in de tijd. Die seconde waarmee ze rekenen is een onderdeel van de tijd die in feite er niet is en dus ook niet variabel kan zijn. De snelheid bestaat echter wel dus komen op de vraag hoe we moeten rekenen...
Het antwoord moet dan wel zijn: Indien we twee maal de snelheid van het licht reizen gaan we 600.000 km per seconde en zeker niet terug in de tijd. Einstein en vele anderen met hem zitten er dus gelukkig naast. Ik vind dat in het geheel niet erg.
Indien tijdreizen mogelijk zou zijn doemen meerdere horror scenario`s zich op en een daarvan is onsterfelijkheid. Dat gaat in tegen elke natuurwet die er bestaat en dat heeft weer niets te maken met het feit of je nu in God geloofd of niet.